PAAS-MEDITATIE

De afgelopen weken hebben wij toegeleefd naar Goede Vrijdag en Pasen. Thuis, op school en in de kerk. In de diensten hebben wij dit gedaan aan de hand van het Evangelie van Lucas. Zoals u misschien wel weet, heeft elk evangelie zijn eigen accent. Zo vinden we de zeven kruiswoorden niet in elk evangelie, maar telkens een aantal om een perspectief op het lijden en sterven van Christus te belichten. Net zoals er van de Tweede Wereldoorlog een grote hoeveelheid films en boeken zijn, soms zelfs over dezelfde gebeurtenis. Om zo een ander aspect te belichten en op een andere manier iets te vertellen over het grotere verhaal.

Zo staan wij in de dienst van Goede Vrijdag stil bij de kruiswoorden:

“Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen” (Lucas 23: 27).

“Voorwaar, ik zeg u, heden zult u met mij in het paradijs zijn” (Lucas 23: 43).

“Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest” (Lucas 23: 46).

Met deze woorden legt Lucas aan de ene kant de nadruk op het feit dat zelfs aan het kruis Christus aan anderen bleef denken. Hij bad om vergeving voor de soldaten, de leiders en het volk en deelde van die vergeving uit aan de misdadiger. En aan de andere kant het vertrouwen op God; heel bewust laat Lucas de woorden: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij?” weg.

Heel anders is het perspectief van Mattheüs. In dit evangelie is Jezus vooral de lijdende knecht van God uit Jesaja 53. In dit evangelie vinden wij geen woorden van gebed voor de mensen om het kruis, noch woorden van vertrouwen: “Het is volbracht” of “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.” Maar enkel de woorden in hoofdstuk 27 vers 46: “Eli, Eli, lama sabachtani?” Dat is: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”

Verder is Jezus stil en overkomt Hem het lijden, de spot en de hoon:

1. De soldaten werpen het lot om zijn kleren, zodat hij naakt is en zonder bezit (Mattheüs 27: 35).

2. De soldaten gaan zitten bij het kruis, ze vrezen de macht van Jezus niet (Mattheüs 27: 36).

3. De Romeinen spotten opnieuw met zijn macht door boven hem een bord te hangen, met de tekst: Koning van de Joden (Mattheüs 27: 37).

4. Gewone Joden, voorbijgangers, spotten met Hem, mensen die Hem niet eens kennen (Mattheüs 27: 39).

5. De priesters en schriftgeleerden spotten met Jezus’ rol als redder en zijn relatie met zijn Vader (Mattheüs 27: 42-43).

6. En ook de andere twee misdadigers spotten met Hem als ze de woorden van de priesters en schriftgeleerden horen (Mattheüs 27: 44).

Zo gaat in vervulling wat al voorzegt is door de profeet Jesaja. Namelijk dat Hij veracht zou worden door de mensen en gezien zou worden als de onwaardigste van alle mensen (Jesaja 53: 3). Aan het kruis komt niet alleen de haat van de mensen richting Christus naar boven, maar ook God zelf die zijn Zoon laat lijden. Want Jesaja had geprofeteerd: “Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen” (Jesaja 53: 10).

Zo lezen wij in Mattheüs 27 vers 45 dat de duisternis over de aarde komt. Hieruit blijkt dat Jezus het lijden van de hel ondergaat, die Jezus zelf omschrijft als de buitenste duisternis. De plek van tranen, de plek zonder God. En zo worstelt Hij naast de heftige fysieke en emotionele pijn ook met het zwaarste lijden: het geestelijke lijden. Namelijk dat de Zoon van Gods eeuwige liefde door de Vader verlaten wordt. Alleen gelaten in Zijn lijden. De Heere ontvangt geen troost en kracht van zijn Vader om het lijden te doorstaan. Sterker nog, het is de Vader, zoals Jesaja voorzegt heeft, die het lijden op Hem neer laat komen. En vanuit deze angst en pijn bidt Jezus de woorden van Psalm 22: 1: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij?” En zo geschiedt het grootste mysterie uit de Bijbel. Hij die God is, en van eeuwigheid samengesmolten is met zijn Vader in een band van innige liefde, wordt verlaten. Zonder dat de band van de drie-eenheid wordt doorgesneden. Tegelijk blijft Christus in geloof vasthouden aan zijn Vader door te bidden: “Mijn God”.

Ten slotte beschrijft Mattheüs het sterven van Christus in vers 50 met de woorden: “riep nogmaals met luide stem en gaf de geest”.

Hoewel hij de woorden die Jezus uitspreekt in het Johannes-evangelie: “Het is volbracht”, weergeeft met de woorden: “riep met luide stem”, hoewel Christus “het is volbracht” niet letterlijk uitspreekt, dus niet woordelijk in dit evangelie, maakt Mattheüs ze wel zichtbaar in wat de gevolgen zijn van het sterven van Christus:

1. Het voorhangsel scheurt: de toegang tot God is geopend, onze zonden staan niet meer tussen Hem en ons in door het bloed van het Lam; de tempel met haar offers is niet meer nodig (Mattheüs 27: 51).

2. Opstanding van de heiligen: door de dood van Christus is er leven na de dood voor allen die in Hem geloven (Mattheüs 27: 52).

3. Een hoofdman komt tot geloof: door de dood van Christus is de scheidingsmuur tussen Joden en heidenen verbroken; de dag breekt aan dat God gediend zal worden op heel de aarde (Mattheüs 27: 54-55).

Als wij zo stilstaan bij het wonder van het kruis, gaan wij als vanzelf de woorden van Isaac Watts’ prachtige lied “O kostbaar kruis, o wonder Gods!” (gezang 192) overdenken:

De aarde is zelfs veel te klein,

Voor wie U waarlijk loven wil.

Uw liefde is een groot geheim,

Zij vraagt geheel mijn hart en ziel.

ds. Martijn van Genderen