Advent 2025 Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden,

en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven,

en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid

en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.

(Lukas 1: 32-33)

Binnen enkele weken is het weer kerst en vieren wij dat de Heere Jezus geboren werd uit een maagd. In deze periode op weg naar kerst zullen wij opnieuw horen over de voorzeggingen van Christus door Jesaja, Jeremia, Zacharia, Joël en de andere profeten. Maar ook opnieuw de verhalen horen over Maria, Jozef en Zacharias. In deze meditatie willen wij stil staan bij een van deze laatste geschiedenissen; de aankondiging van de geboorte van Christus aan Maria.

Waar wij lezen dat de engel Gabriël tot Maria komt in de zesde maand van de zwangerschap van Elizabeth (Lukas 1: 26). Maria woont dan op dat moment nog bij haar ouders in Nazareth. Een klein dorpje in het noorden van Israël, in de regio van Galilea. Een regio waar de rechtzinnigen uit Judea op neerkeken omdat zij als grensregio veel in contact stond met heidense invloeden. De gedachte was dan al snel dat de Joden hierdoor beïnvloed zouden worden en ze een bestaan leefden dat niet in overeenstemming was met Gods woord. Hoe erg kunnen wij elkaar tekortdoen met vooroordelen!

Want wat blijkt: in dit kleine dorpje woont het meisje (Maria is waarschijnlijk tussen de twaalf en vijftien jaar oud, meisjes trouwden jong, jongens waren vaak net iets ouder; begin twintig) waar Jesaja al over profeteerde:

Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven:

Zie, de maagd zal zwanger worden.

Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.

(Jesaja 7: 14)

Over haar wordt gezegd dat zij verloofd is met een man uit de stam van Juda. En dat zij zich voorbereid op dit huwelijk op de manier die God van ons vraagt door voor het huwelijk geen gemeenschap te hebben (Exodus 22: 15-16), maar te wachten tot het moment dat de man zijn vader en moeder verlaat, zijn vrouw tot zich neemt en pas dan zullen zij een vlees worden. Een voorbeeld voor ons allen in een samenleving die op het gebied van seksualiteit alleen maar meer wil.

Met deze woorden beschrijft Lukas Maria niet alleen als een gelovig meisje dat wil leven naar de geboden van God, maar bereid hij ons ook voor – Lukas noemt het bewust twee keer – op het wonder waar Jesaja over profeteerde: een maagd zal zwanger worden zonder dat zij gemeenschap heeft met een man.

Nadat de engel verschenen is groet hij haar met de troostvolle woorden: “Vreest niet!”. Woorden die wij allemaal nodig zouden hebben als wij geconfronteerd worden met het bovenatuurlijke. Als wij een dienaar van God zien die dag en nacht in de hemel is om God te dienen. Dienaren die in de Bijbel beschreven worden als machtige wezens; denk maar aan de engel die als tiende plaag alle eerstegeborenen van Egypte moest doden. Het machtige leger van toen met haar duizenden soldaten en paarden kon niet op tegen een dienaar van God.

De volgende woorden luisteren precies: “U hebt genade gevonden bij God”. Dat betekent dat Maria niet alleen iemand is die naar Gods geboden wil leven, maar ook mag leven van Genade bij God vandaan. Zij is iemand die God liefheeft, iemand die Hij gewassen heeft in het bloed van Jezus Christus. Ook zij moet net als wij leven van genade.

Hier mogen wij dus niet van maken – zoals sommigen doen – dat de genade in Maria is. Want net als wij is zij een arme zondaar die Gods genade nodig heeft. Goed dat afgelopen maand de katholieke kerk ook oficieel afstand genomen heeft van de positie dat Maria mede-verlosseres (co-redemptrix) is. Jammer genoeg zien zij haar voorlopig nog wel als middelaar tussen God en mens. Ook in Rome afgelopen maand zag ik weer mensen knielen en bidden, niet voor de Zoon van God, maar voor zijn moeder. Wat jammer dat zij niet haar voorbeeld volgen en met heel hun leven, met woord en daad, alleen aan God de eer willen bewijzen.

Hierna volgt de boodschap van de engel, die vertelt dat Maria zwanger zal worden, een zoon zal baren en Hem Jezus zal noemen (Lukas 1: 31). Vervolgens beschrijft de engel wie Jezus precies is; hiervoor gebruikt hij vijf beschrijvingen:

1) Hij zal groot zijn, deze beschrijving vinden wij in de Bijbel enkel van God. (zie Psalm 48: 2, Psalm 86: 10, Psalm 135: 5).

2) Hij is de Zoon van de Allerhoogste (El-Elyon), een naam die God krijgt in de geschiedenis van Melchizedek (Genesis 14: 18) en zijn Majesteit en verhevenheid benadrukt.

3) De God van Israël zal hem de troon van zijn vader David geven. In dit vers beschrijft de engel Jezus als de beloofde Messias (Jesaja 9: 6 en 2 Samuel 7: 12-15). Hij is het die voor eeuwig zal heersen op de troon van David.

4) Hij zal eeuwig koning zijn. Opnieuw benadrukt de engel met deze woorden dat Jezus God is, want alleen God heerst voor eeuwig (Micha 4: 7).

5) Het koninkrijk van koning Jezus zal geen einde hebben, dit is het beloofde koninkrijk van God dat voor eeuwig zal duren (Daniël 7: 14, Psalm 145: 13).

Na deze prachtige woorden van de engel die benadrukken wie de Heere Jezus is – tegelijk God en tegelijk mens – stelt Maria een vraag: “Hoe zal dit mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb?”. Dit is geen vraag vanuit ongeloof, zoals bij Zacharias. Maar een vraag hoe de opdracht van God voor Maria te rijmen is met Gods wet, die duidelijk de gemeenschap voor het huwelijk verbied. Hoe kan God aan Maria twee dingen vragen die tegengesteld lijken aan elkaar?

De engel legt uit dat de verwekking van dit kind niet door Jozef zal plaatsvinden, buiten het huwelijk, oftewel door zonde. En ook niet door snel te trouwen met Jozef. Want dit kind is de Zoon van God. En God zelf zal Hem verwekken in Maria door zijn Geest. De engel gebruikt hiervoor een opvallend woord: overschaduwen. Hetzelfde woord wordt gebruikt in de Exodusgeschiedenis als God de tabernakel overschaduwd. Hiermee zegt de engel dus eigenlijk: God zal opnieuw onder zijn volk wonen door middel van zijn Zoon de Immanuel.

Nadat de vraag van Maria is beantwoord, volgt het gelovige antwoord: “Zie, de dienares van de Heere! Heere ik wil u dienen! Doe mij naar u Woord!”. Ook al zal dit vele problemen opleveren, zal de man van wie ik houd mij verlaten, zullen mijn ouders zich van mij afkeren en zal ik te schande gemaakt worden in Nazareth. Heere wat er ook gebeurt doe mij naar Uw Wil! Leer mij volgen zonder vragen, Vader wat Gij doet is Goed!

Laten wij de Heere bidden of Hij ons ook datzelfde geloof wil geven als Maria! Dat wij Hem ook mogen volgen, als het moeilijk is, als het ons iets kost om Zijn Naam te belijden. Zoals Luther al zong:

Delf vrouw en kind’ren `t graf,

neem goed en bloed ons af,

het brengt u geen gewin:

wij gaan ten hemel in

en erven koninkrijken!

Zullen wij zo gelovend opzien naar de Heere, onze God geboren in de stal van Bethlehem en zo ons voorbereiden op kerst.

ds. M. (Martijn) van Genderen