Meditatie november 2016

EIGENWIJS?

 

Eigenwijs zijn is geen fijne eigenschap van mensen, in ieder geval niet als het om anderen gaat. Als je het zelf bent is het lang niet zo erg, toch?

Dat sommige mensen eigenwijs zijn is nog tot daaraan toe, maar het gaat ook vaak gepaard met een bepaalde koppigheid, en dat maakt het al helemaal lastig samenwerken. Als mensen soms tegen beter weten in vast blijven houden aan hun eigen ideeën, is er geen praten aan. Lastig, maar in sommige gevallen toch ook bewonderenswaardig. Grote namen uit de geschiedenis waren vaak behoorlijk eigenwijs en koppig. Winston Churchill bijvoorbeeld, geen makkelijke man om mee om te gaan. Eigenwijs en koppig, hij was al veel eerder dan veel Engelsen overtuigd van het gevaar van Nazi-Duitsland. Zijn koppige volharding hierin was helaas terecht en zo zijn er meer voorbeelden te noemen van mensen die koppig streden voor de goede zaak. Nu is dit geen oproep om allemaal maar flink eigenwijs en koppig te gaan doen. In de meeste gevallen is dat niet zo terecht. Maar als het over geloven gaat is het wel eens goed om iets van die koppigheid van Churchill te hebben.

Habakuk, de profeet is zo’n koppige, eigenwijze gelovige. Zoals Churchill bij zijn standpunt bleef, ook al was dat politiek niet handig en riepen anderen het tegenovergestelde, zo blijft Habakuk tegen alles in bij God.

Er zijn maar weinigen meer in zijn omgeving die op God vertrouwen, en ze lijken te zeggen: “Als God ons nu weer zegent dan zullen we Hem wel weer dienen. Als er weer veel olijven zijn, we in rust ons vee kunnen hoeden, dan…..”. Habakuk is anders, hij is eigenwijs en blijft bij zijn God. Hij gelooft, vertrouwd op Gods rechtvaardigheid. God zal recht doen en Hij is goed. Daarom heft hij voor al die mensen een psalm aan over Gods macht en majesteit (Hab. 3: 3-15).

 

Om die te besluiten met een persoonlijke belijdenis:

“Al zou de vijgenboom niet bloeien, er geen vee meer in de weiden staan,

toch zal ik juichen, zal ik roepen dat de Heer mijn bevrijder is.

Hij is het die mij sterk maakt.”

Dit is geen juichen van blijdschap, maar het uitroepen van de diepste werkelijkheid in zijn leven. Het is geen vrolijke situatie waarover Habakuk spreekt. Geen olijf aan de bomen, geen vee in het veld, geen voedsel om te eten. En dan toch zeggen de Heer is mijn Bevrijder. Dat kan alleen omdat hij God kent en weet, God is goed en Hij is te vertrouwen. Daarom kan Habakuk zingen en vol vreugde zijn boek beëindigen, Hij maakt mij sterk, Hij maakt me snel als een hert, met Hem kan ik elke berg aan.

Is dat eigenwijs? Koppig? Misschien wel, maar op deze manier koppig zijn is niet erg, dat geeft leven, voor jezelf en de mensen om je heen.                                                           

G.W. van Wingerden