Meditatie maart 2016

Open_Bijbel                     Pilatus vroeg hem:

‘Bent u de koning van de Joden?’

Hij antwoordde: ‘U zegt het.’

(Markus 15: 2)

 

GENOEG GEZEGD?!

 Bent u de koning van de Joden? Pilatus vraagt het Jezus op de man af. Al is het bijna niet voor te stellen dat Jezus ja zal zeggen als je Hem zo ziet. Geboeid, zojuist door zijn eigen volksgenoten, de Joden overgegeven en dan toch hun koning zijn? Het lijkt er niet op, in de verste verte niet. Een lied zingt het ook: Is dat, is dat mijn koning?

Waarom dan toch de vraag als het antwoord zichtbaar is? Is het spot? Daar lijkt het hier bij Pilatus niet op. Hij moet het wel vragen, want de joden hebben hem met deze beschuldiging aan Pilatus overgegeven. Het antwoord is kort en krachtig: “Gij zegt het.” Jezus geeft het toe, Ik ben de koning van de Joden. Het is tegelijk ook het enige wat Hij tegen Pilatus zegt. Alsof Jezus zegt: “Dit is genoeg voor jou, Pilatus, hier kun je het mee doen.” Jezus heeft genoeg gezegd voor Pilatus en voor iedereen. Het is genoeg om te weten dat Hij DE Koning van de Joden is, meer is niet nodig.

Maar wat zegt Jezus daarmee als Hij zich de Koning van de Joden noemt? Hij is duidelijk niet de heerser over het volk, als iemand dat al is dan is het Pilatus of de Keizer in Rome en niet Jezus. Toch is Jezus de Koning van de Joden. Dan kunnen we twee kanten op. Hij is Koning, op dit moment misschien nog niet zichtbaar als machtige heerser, maar koning zijn betekent meer dan alleen macht hebben en heersen over anderen. Een goede koning dient zijn volk, zoekt in de eerste plaats het goede voor zijn volk en Hij gaat hen voor op de goede weg. Daarin is Jezus koningschap al wel zichtbaar.

Jezus laat zich niet alleen koning noemen, maar koning van de Joden.

 

Dat laatste is geen onbelangrijke toevoeging. De Koning van de Joden, onder die titel was de Messias buiten het Jodendom bekend. Bij de wijzen uit het oosten wordt ons verteld dat zij uit de sterren opmaakten dat de Koning van de Joden geboren was. In het evangelie wordt Jezus ook alleen door niet-joden zo genoemd. De vraag van Pilatus is daarmee eigenlijk dezelfde als die van de Hogepriester in Markus 14: 61, bent U de Messias? En ook daar is het enige wat Jezus zegt: “Ik ben het.”

Dat is het enige wat Jezus tijdens zijn proces zegt en het is genoeg. Genoeg voor de Joodse leiders en Pilatus om hem te veroordelen. Genoeg voor ons om te geloven: Jezus is de Koning van de Joden, de Messias, de zoon van God. Daarmee is genoeg gezegd.

G.W. van Wingerden