Meditatie januari – februari 2017

EEN VERGETEN FEEST?

 

Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan,

naar Johannes, om door hem gedoopt te worden.

Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei:

“Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij?”

Maar Jezus antwoordde hem en zei:

“Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen.”

Toen liet hij het Hem toe.

 

En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water;

en zie, de hemelen werden voor Hem geopend,

en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen.

En zie, een stem uit de hemelen zei:

“Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!”

(Mattheüs 3: 13-17)

 

Ik schrijf deze meditatie in de week van 6 januari. Een datum die bij de meeste mensen geen belletje meer laat rinkelen, maar in grote delen van de vroege kerk was het een belangrijke feestdag. De dag waarop de doop van Jezus in de Jordaan gevierd werd. Het feest van Epifanie, de verschijning van de Heer. Dit feest werd toen ook niet overal gevierd, want elders begon men in dezelfde periode met het vieren van het kerstfeest op 25 december. Later werden beide tradities met elkaar vermengd. Daardoor kom je allerlei vormen tegen: er zijn kerken die op 6 januari kerstfeest vieren, kerken die Kerst vieren op 25 december en op 6 januari ook nog Epifanie. Soms met de doop van Jezus als belangrijkste verhaal, maar ook wel als vervolg op Kerst en dan is de komst van de drie wijzen of driekoningen het centrale thema. De gewoonte om de kerstboom tot ongeveer 6 januari te laten staan heeft hier mee te maken.

 

Dat deze feesten een beetje door elkaar zijn gaan lopen is ergens wel begrijpelijk, want beide feesten gedenken het begin van Jezus’ werk op aarde.

De doop van Jezus als basis voor een belangrijk feest is niet zo vreemd, want het is een gebeurtenis waarin eigenlijk heel het werk van Jezus al zichtbaar is. Het heeft iets raadselachtigs en mysterieus, iets ongrijpbaars, maar tegelijkertijd worden er ook geen doekjes om gewonden als het gaat om wie Jezus is, Hij is Gods zoon.

Waarom wilde Jezus gedoopt worden? Johannes zelf is er ook verbaasd over. Jezus is zijn meerdere, daarom zou Jezus hem moeten dopen in plaats van andersom. Toch laat Jezus zich dopen, de Meeste wordt de minste, de meester wordt knecht, zoals op het eind van zijn leven Jezus ook de voeten wast van zijn discipelen. Zo wordt de gerechtigheid vervuld, zegt Jezus.

Zo wordt gedaan wat goed is. Gerechtigheid is dat Hij de doop ondergaat alsof Hij de mindere, de minste is. Zoals Hij ook zal sterven alsof Hij de minste, de slechtste is. Alsof Hij één van de grootste van de misdadigers is. Blijkbaar wordt zo gerechtigheid vervuld, het goede gedaan: als Hij onschuldig toch de schuld op zich neemt. De zonde van de mensheid op zich neemt, die meeneemt aan het kruis en daar met Hem laat sterven om zo de zonde in het graf te laten verdwijnen en te vernietigen. De doop laat het al zien, want de doop van Johannes was een doop tot vergeving van zonden. Daarom was het vreemd dat Jezus zich ook met die doop liet dopen maar met bovenstaande in het achterhoofd kunnen we zeggen. Dat als de doop van Johannes voor de mensen een doop tot vergeving was, dat het dan nog wel het meest geldt van de doop van Jezus. Zijn doop nu is het teken van de doop die komen gaat. Hoe Hij met de zonden van de wereld op Zijn schouders ten ondergaat aan het kruis, maar zonder die zonden weer oprijst uit het graf. Dat is wat Gods plan is en dat wordt duidelijk gemaakt door de stem die klinkt vanuit de Hemel.

Dit is mijn geliefde Zoon, in wie ik mijn welbehagen heb. Hij is mijn Zoon die nu doet en straks zal doen wat Ik wil. Geen wonder dat men in de kerk feest vierde om dit te gedenken

G.W. van Wingerden