Meditatie april 2016

Open_BijbelDe verlamde man sprong op en begon te lopen.

En samen met Petrus en Johannes ging hij de tempel in.

Daar bleef hij rondlopen en springen, en hij loofde God.

Alle tempelbezoekers zagen hem en hoorden hem God loven’

(Handelingen 3: 8-9)

U/ jij kent het vast wel! Zo’n situatie waarin je je ogen uit het hoofd kan schamen. Je voelt dat je al wat meer kleur krijgt in je gezicht en je komt op zo’n moment dat je het liefste zou willen dat niemand je zag. Hoewel de één er vast wel wat gevoeliger voor zal zijn dan de ander, kunnen de meeste mensen best een voorbeeld noemen waarin dat speelde. Ergens na onze jongste jaren, verliezen we iets van dat vrije, dat kinderlijke.

Ook als het gaat om het spreken over God. Wat kan een kind zo mooi midden in de supermarkt opeens een lied aanheffen en zingen over Jezus, of een vriendinnetje op straat vertellen over God. Soms kun je als ouder je dan bijna ongemakkelijk gaan voelen.

In Handelingen 3 lezen we over een man die bekeken wordt. Hij is nog met naar net door God genezen. Een lamme man, die nu kan lopen. Je ziet hem op straat springen, huppelen, misschien wel een dansje doen. God loven en de vreugde spat er als het ware vanaf. Je kunt er niet omheen, iedereen mag, nee moet het weten. Ziet u/jij hem ook?

De vraag die deze verzen bij me losmaakte was de volgende: hoe zou ik reageren? Wat zou ik doen als God mij van een lamme tot een lopende zou maken? Zou ik net als deze man huppelen, zingen, loven?

Wanneer God ons geneest, is Hij onze dank waard. Wanneer God ons leven redt, zullen wij dan ook van vreugde opspringen.

ds. G.W. van Wingerden